Waasmunster dankt zijn faam van groene gemeente in
het Waasland niet alleen aan zijn bossen en zijn aantal ha groene
gebieden, maar ook aan zijn verscheidenheid in landschap en
begroeiingen.
Een verscheidenheid die alles te maken heeft met de loop van de
meanderende Durme en de aanwezigheid van de Wase questa. We vinden
er heide- en bosgebied, opvallend begrensd door een zone van
bronnen. Dit grondgebied geeft aan waar het droge landschap wordt
ingeruild voor de vochtigheid van de meersenvlakte, de rietkragen
langs de oevers en dijken van de Durme.
Op de droge zandgronden van de questarug vinden we de
bossenrijkdom en relicten van een vroegere heidebegroeiing met
struikheide, brem en pijpestrootje... Nog enkele lichtgekleurde en
bij droogte mulle zandwegen, zoals de Baudelodreef, doorkruisen dit
landschap. We vinden in deze omgeving vaak de typische dennenbossen
zonder veel onderbegroeiing. Deze bossen zijn in de herfstmaanden
een waar paradijs voor liefhebbers van paddenstoelen en zwammen.
Aan de hoogtelijnen 15 tot 7 m, bij het afdalen van de Wase
questa hebben we een bronnenlijn. Deze smalle strook is de
scheidingslijn tussen de kleilagen en de metershoge zandafzetting
door de wind gedurende de ijstijden. Waar kleilagen dagzomen kan men
bronnen terugvinden. Dit bronnengebied heeft een eigen en, zeker
voor het Waasland, unieke biotoop.
|
Kenschetsend voor deze biotoop is het goudveilverbond
met planten zoals goudveil, slanke sleutelbloem, gele dovenetel,
muskuskruid en bosanemoon. Het is een bedreigde biotoop en alleen in
de omgeving van Sombeke vinden we nog op enkele plaatsen met deze
unieke bronvegetatie die vooral schitterend is van midden maart tot
eind april.
De meersen zijn de laaggelegen en vochtige graslanden aan de
Durme die als graasweiden ofwel als hooiweiden in cultuur genomen
zijn. Vaak zijn deze weilanden doortrokken van brede sloten die het
water van de questa afvoeren naar de Durme. Niettegenstaande de
bemesting en de onkruidbestrijding kan je in de Waasmunsterse
meersen toch nog het dotterbloemverbond aantreffen met waterminnende
plantensoorten zoals pinksterbloem, dotterbloem, fluitekruid,
watermunt, kattestaart, moerasspirea, smeerwortel, kruisbladwalstro,
zegge en russoorten. In de wintermaanden zijn de meersen een
uitgelezen pleiterplaats voor watervogels zoals wilde eend,
bergeend, blauwe reiger, wintertaling, waterhoen en meerkoet.
Aan de Durme vormen rietkragen, oevers en dijken het landschap
dat we kunnen samenbrengen onder het biotoop "uiterwaard".
Het behoort tot het vloedgebied van de Durme en de stand van het
Durmewater zal het uitzicht bepalen. Door de sterke verzanding van
de Durme zal bij eb al het water bijna verdwenen zijn uit de Durme
en bieden de grijze slijkerige zones in de Durme een uniek zicht van
op de dijken. Bij hoogtij komen de slikken onder water te staan en
verandert het uitzicht in de Durme, rietkragen en verspreide
wilgenopslag staan met hun voeten in het water en het geheel wordt
een breed stromende rivier. |